Boetelerveld

Boetelerveld

  1. Eigendom en Beheer
    1. Het Boetelerveld is eigendom van het Landschap Overijssel (142,08ha) en de Staat (28,15ha) en als geheel in beheer bij Landschap Overijssel. Het Natura 2000-gebied behoort tot het grondgebied van de gemeenten Raalte en Hellendoorn en maakt deel uit van het beheersgebied van waterschap Groot Salland.
  2.  Oppervlakte
    1. Het gebied is in totaal 170,23 ha groot.
  3. Ligging
    1. Het Boetelerveld, ook wel Schoonheter heide of Kramersbos genaamd, is gelegen ten zuidoosten van Raalte, ten zuiden van de rijksweg N35 van Raalte naar Nijverdal. Een 400 meter lange weg vanaf de Schoonheterweg geeft toegang tot het gebied. Een tweede ingang ligt aan oostzijde vanaf de Raamsweg / Eekwielensweg In Haarle. Het gebied is omsloten door agrarisch gebieden. Het Boetelerveld ligt tegen het landgoed Schoonheten aan, een oud ontginningslandgoed, meer dan 500 ha groot. Dit bestaat voor ruim de helft uit bos en voor het overige deel uit landbouwgrond. Centraal in het landgoed ligt de, in het begin van de zeventiende eeuw gebouwde, havezate Schoonheten. Het westelijke deel van het Boetelerveld is gelegen tegen de flanken van het nationaal park De Sallandse Heuvelrug. Het terrein is genoemd naar de buurtschap Boetele dat oostelijk van het Overijssels Kanaal in Raalte ligt.
  4. Toegang
    1. Het gehele Boetelerveld is vrij te betreden. Er zijn door Landschap Overijssel twee wandelroutes uitgezet. Het is niet toegestaan buiten de paden te komen. Honden zijn ook aangelijnd niet toegestaan in verband met aanwezigheid van Schotse Hooglanders. Ook paarden zijn niet toegestaan in het gebied. In het westelijke deel is een vogeltrek-telpost ingericht door IVN Raalte. In het oostelijke deel is een vogel-observatiescherm geplaatst rond het grote Rietgat.
  5. Beschrijving terreintype
    1. Het Boetelerveld geldt als laatste representant van de vochtige Sallandse heidevelden. Uit oogpunt van natuurwetenschap een reservaat, zoals er in Overijssel geen tweede meer kan worden gevonden. Aangezien dergelijke velden elders in ons land (bijv. Brabant of Drenthe) wezenlijk verschillen van die in Overijssel is het Boetelerveld, zelfs voor geheel Nederland enig in zijn soort. In het reservaat zijn naast de uitgestrekte natte en vochtige heide en de vochtige dennenbossen ook kleine oppervlakten met blauwgrasland, zwak gebufferde vennen, heischraalgrasland en jeneverbesstruweel aanwezig. Het bos in het centrale deel verdeelt het natte heidegebied in twee delen. In het zuidoostelijk deel ligt een perceel grasland dat, evenals een plek met oude rododendronstruiken, in het verleden is aangelegd. Vroeger heeft hier ook een huisje gestaan en is er zeer extensief geboerd. Het grasland is matig voedselrijk. Het grasland bij de ingang aan de oostzijde is redelijk voedselrijk.
      Op de heide zijn verspreid Vliegdennenbosjes ontstaan, die vooral in het noord – oostelijke deel van het veld bijna gesloten bossen vormen. Langs de grenzen vinden we enige aangelegde Grove Dennen, maar vooral in het zuidwestkant van het gebied is de Berk dominant. Ook de Zomereik komt in de meer gemengde bospercelen voor. Enige open randen werden met Eik ingeplant. In het gebied zijn ca 15 poelen aanwezig. De oorsprong is divers; sommigen zijn bomkraters, andere uitgegraven laagten. Het Grote Rietgat aan de oostkant van het terrein, is het grootste ven en was ingericht als eendenkooi. Deze plas is met o.a. Elzen omzoomd en biedt aan watervogels een beschutte plek. Het is in de winter van 1999-2000 opgeschoond. Aan de noordoostkant ligt het Kleine Turfgat, hier is vroeger waarschijnlijk turf gestoken. Rondom dit ven is een blauwgrasland ontstaan met bijzondere flora.
  6. Geologie, bodem en waterhuishouding
    1. Bodemkundig gezien ligt dit reservaat in het dekzandgebied van Salland. De dekzanden zijn van 60.000 tot 10.000 jaar geleden afgezet in de laatste ijstijd: het Wurm-glaciaal of Weichselien. Zij zijn zeer uniform van korrelgrootte. Hierin kunnen nog verschillende afzettingsperiode worden onderscheiden.
      De ondergrond van het Boetelerveld bestaat uit een dun dekzandpakket met leemlagen(Formatie ven Twente) .
      Hieronder bevindt zich een pakket van 20-30 meter grove grindhoudende zanden van de Rijn (Formatie Kreftenheye). Daaronder ligt de 30 meter dikke formatie van Drenthe. Ook in deze laag vindt men aangesloten klei- en leemlagen.
      De Formatie van Kreftenheye vormt het belangrijkste watervoerend pakket. Deze afzetting is kalkrijk. Ten oosten van het gebied aan de voet van de Sallandse stuwwal ligt een zone met kwel uit het grondwatersysteem van deze stuwwal.
      In het reservaat ligt vooral het oudere dekzand aan de oppervlakte. Dit is in het algemeen wat fijner en lemiger dan het later afgezette jongere dekzand. In deze omgeving komen hoofdzakelijk lage humuspodzolgronden voor. Voor een deel zijn deze profielen slecht zwak ontwikkeld.
  7. Historie
    1. 7. Historie
      Tussen Raalte en Haarle lag jaren geleden veel woeste heidegrond. Vooral na de uitvinding van de kunstmest werd begonnen met de ontginning van Haarlerveld, Eekte en Raams. Het Boetelerveld was aangekocht door dr. W.D. Cramer, hij had een plantage in Indonesië en gebruikte het voornamelijk voor de jacht. Door de ontginningsmaatschappij Overijssel werd er bij hem sterk op aangedrongen het gebied te verkopen om het te ontginnen. De eigenaar ging hiermee niet akkoord maar was wel bereid het te verkopen onder voorwaarde dat het natuurgebied in stand gehouden zou worden. Zo werd de grond in 1951 aan landschap Overijssel verkocht. Onder druk zag deze zich toch gedwongen om 35 ha over te dragen aan de Staat der Nederlanden om te voorkomen dat zij hun subsidie zouden verspelen. Er zouden hier drie boerderijen worden gebouwd ter compensatie van boeren die moesten wijken voor woningbouw in Raalte. De bossen op het perceel werden alvast gerooid. De voorbereiding voor de ontginning en het stichten van 3 boerderijen werd ingang gezet. De 35 ha. bos werden gekapt. Vandaar het open terrein bij de ingang. Op 1 febr. 1953 zou de D.U.W. (Dienst Uitvoering Werken),waar veel werklozen werk zouden vinden, starten met de ontginning. Het materiaal was reeds aangevoerd. In de nacht van 31 jan. op 1 febr. 1953 vond de watersnoodramp in Zeeland plaats. De Nederlandse overheid vorderde alle personen en materieel ook van de D.U.W. Zo kon het gebeuren dat de ene ramp een andere heeft voorkomen.
      In de jaren daarna is men de natuurwaarde van het gebied gaan inzien en kreeg het de status van natuurgebied. In de jaren 60 werd in de ministerraad besloten dat er geen woeste grond meer mocht worden ontgonnen.
      Na veel touwtrekken werd besloten om het gebied als natuurterrein veilig te stellen en kreeg landschap Overijssel het in 1966 in erfpacht inclusief de arbeidswoning die inmiddels gesloopt is. In het gebied zijn de ontginningsgreppels en dijkjes nog te vinden. De greppels (ca 12,5 km) zijn in de jaren ’70 afgedamd met een afstand van hooguit 30 -40 meter zodat ze niet meer afwateren. Zo is het Boetelerveld gespaard gebleven en bleef dit natte en schrale heideveld ongerept. Het geldt als een refugium voor diverse soorten
  8. Flora en fauna
    1. Floristisch zeer interessant zijn vooral de schrale gras – en heidevegetaties. Op deze plaatsten treffen wij o.a aan: verschillende soorten Zegge, Biezenknoppen, Wederik, Engelwortel, Lidrus, Blauwe Knoop, Waternavel, Wateraardbei, en verschillende Orchideeën. Op en langs de paden vinden we op veel plaatsen Klokjesgentiaan, Tormentil en Blauwe Zegge en hier en daar Kleine Zonnedauw en Witte Snavelbies.
      Het Kleine Turfgat is omheind en wordt niet begraasd. Het is het meest drassige deel van het Boetelerveld. In het midden Riet, daaromheen een rijke variatie aan kleine bloemen. Wederik, met grote gele bloemen, overheerst. Verder zijn de Gevlekte Orchidee en de Nachtorchidee er te vinden. In het Grote Rietgat is Drijvend Waterweegbree aangetroffen.
      In enkele loofhoutbosjes treffen we naast de Berk en de Els ook de Ratelpopulier aan. Ook zijn er enkele Jeneverbesstruwelen. Het terrein wordt gedomineerd door naaldbomen en met name de aangeplante Grove Den is verantwoordelijk voor de daar voorkomende paddestoelen. Vooral Duivelsbroodrussula evenals de Koeienboleet met als begeleider de Roze spijkerzwam komen hier nog veel voor.
      Links van het pad staat een hele rij Gagelstruikjes. De bermen van het toegangspad naar het Boetelerveld zijn botanisch eveneens bijzonder interessant en zijn karakteristiek voor de droge zandgronden. Maar liefst 63 plantensoorten komen hier voor. Zo ontdekten wij hier: de Wilde Bertram, Hondsdraf, Sint-Janskruid, Herfst Leeuwentand, Vlasbekje, div. soorten Zuring, Gewone en Rode Schijnspurrie en de Veldereprijs evenals Koningsvaren.
      Enkele bijzondere vogelsoorten die tegenwoordig in het Boetelerveld voorkomen zijn: Boomvalk, Boomleeuwerik, Dodaars, Fluiter, Geelgors, Gekraagde roodstaart, Kleine bonte specht, Matkop, Roodborsttapuit , Groene en Zwarte specht.
      Het Boetelerveld is een belangrijk fourargeergebied voor verschillende vleermuizen. Recent is er ook de waterspitsmuis aangetroffen. Daarnaast komen Levendbarende Hagedis, Ringslang, Heikikker voor. De Kamsalamander is aangetroffen in drie poelen. De Kamsalamander is ook aangewezen als richtlijnsoort in het kader van Natura 2000. De poelen fungeren ook als kraamkamer voor verschillende soorten libellen.
  9. Regelgeving voor beheerEuropees niveau
    Het Boetelerveld is in het ontwerp aanwijzingsbesluit Natura 2000 aangewezen voor zes Habitattypen en twee habitat-richtlijnsoorten.
    Code Habitattype Instandhoudingsdoelstelling
    H3130 Zwakgebufferde vennen Behoud oppervlakte en kwaliteit
    H4010A Vochtige heiden Uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit
    H5130 Jeneverbesstruwelen Behoud oppervlakte en kwaliteit
    H6230 Heischrale graslanden Behoud oppervlakte en kwaliteit
    H6410 Blauwgraslanden Uitbreidingoppervlakte en verbetering kwaliteit
    H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen Behoud oppervlakte en kwaliteitCode Habitatrichtlijnsoort Instandhoudingsdoelstelling
    H1166 Kamsalamander Behoud omvang en kwaliteit leefgebied voor behoud populatie
    H1831 Drijvende waterweegbree Behoud omvang en kwaliteit biotoop voor behoud populatie

    1. Nationaal niveau
      Het Boetelerveld is door Provinciale Staten aangewezen als zeer kwetsbaar gebied op grond van de Wav (Wet ammoniak en veehouderij). Dit betekent dat er binnen een straal van 250 meter aanvullende ammoniakregels gelden: vestiging van nieuwe veehouderijen is niet meer mogelijk en bestaande bedrijven hebben slechts beperkte uitbreidingsmogelijkheden.
    2. Provinciaal niveau
      Het gebied valt binnen de PEHS ( provinciale ecologische hoofd structuur). In het natuurgebiedsplan van Overijssel wordt dit nader uitgewerkt. Dit plan vormt de basis voor subsidieaanvragen In het kader van de PSN ( Provinciale Subsidieregeling Natuurbeheer). Ook kunnen er landschapspakketten afgesloten worden.
      In het waterhuishoudingsplan van de provincie Overijssel staat het Boetelerveld vermeld als aandachtsgebied. Voor het herstel van de waterhuishouding is het nodig om een strook ten zuiden en een kleine strook ten westen van het Boetelerveld te vernatten. De inrichting van deze strook zal bestaan uit een brede watergang, overgaand in natte bloemrijke graslanden. (Beschreven in het waterbeheerplan: inrichtingmodel kamsalamander / natte heide).
      Het waterschap Groot Salland streeft in zijn gehele beheersgebied naar een meer natuurlijk watersysteem. GGOR (gewenst grond- en oppervlakteregime) is een instrument om wateroverlast en verdroging van natuur- en landbouwgebieden te verminderen. Het GGOR proces brengt deze behoeften in beeld en helpt bij het kiezen van passende maatregelen. Uitvoering van deze maatregelen zullen uiterlijk in 2013 uitgevoerd worden.
    3. Gemeentelijk niveau
      Het Boetelerveld ligt deels in gemeente Raalte en deels in gemeente Hellendoorn. In het LOP ( Landschapsontwikkelingsplan) wordt het Boetelerveld als waardevol gebied beschouwd. Gesteld wordt dat er in Natura 2000- gebieden geen verslechtering van de kwaliteit van de habitat of een verstorend effect op de aangewezen soorten mag optreden door projecten en/of handelingen vanuit bestemmingsplan buitengebied. Ter bescherming van de aanwezige natte natuurwaarden is aan de oostzijde een milieuzone ( hydrologische bufferzone) in de plankaart opgenomen. Hierin is het beleid gericht op de ontwikkeling van natuur, landschap en water.
  10. Beheer tot nu toe
    1. De slechte grond en lage ligging voorkwamen cultivering van het Boetelerveld. Stichting Overijssel verwierf het in 1951. Door de vele sloten rond het Boetelerveld, gegraven in de naoorlogse jaren ten behoeve van de omliggende landbouw, was overal de grondwaterstand fors verlaagd. Landschap Overijssel probeert de heide zoveel mogelijk te herstellen. In de afgelopen jaren is er in het gebied beheer gevoerd in de vorm van plaggen, bosbeheer, maaien en begrazing. In het Boetelerveld komt voornamelijk dopheide voor in combinatie met pijpestrootje. Op de hogere delen komt ook struikheide voor. Sinds het plagbeheer is gestart in 1985 is de kwaliteit van de heide in het gebied vooruit gegaan. Na deze ingrepen en door de anti verdrogingsmaatregelen in 2003 is een groot herstellend vermogen van het Boetelerveld waarneembaar. Recentelijk is grootschalig achterstallig onderhoud gepleegd waarbij groot materieel gebruikt is. Er is geplagd in combinatie met groot bosbeheer zodat dit vooreerst niet meer hoeft. Normaal gebeurt het plaggen kleinschalig. Op de plagplekken verschijnt massaal zonnedauw. De vergrassing van de heide wordt tegengegaan door middel van begrazing door Schotse Hooglanders. Het blauwgrasland wordt gemaaid en het maaisel wordt afgevoerd om verrijking te voorkomen.
  11. Maatregelen ten behoeve van hydrologisch herstelInventarisatie Ecogroen
    1. Om de Natura 2000 doelstellingen te kunnen realiseren is verdere verbetering van het grondwaterregime nodig. In 2009 is in opdracht van Landschap Overijssel een hydrologisch onderzoek uitgevoerd naar het functioneren van hydrologisch systeem van het Boetelerveld. Daarbij is geconstateerd dat, om het gewenste resultaat te halen, zowel de interne- als de externe maatregelen in zijn geheel uitgevoerd moeten worden.
      1. Hoofdconclusie hydrologisch herstel
        1. Om tot hydrologisch herstel te komen moeten de winterwaterstanden in het Boetelerveld worden verhoogd. Dit is realiseerbaar zonder maatschappelijk zeer verstrekkende maatregelen.
        2. Er moeten zowel maatregelen binnen als buiten het gebied genomen worden.
        3. Binnen het natuurgebied gaat het om de volgende maatregelen: dempen alle greppels en sloten, vereffenen rabatstelsels, leemlagen herstellen in poelen, verwijderen bosgedeelten en plaggen.
        4. Buiten het natuurgebied moet een zorgvuldig peilbeheer zorgen voor een zo optimaal mogelijk grondwaterregime. Vooral de gemiddelde winter- en voorjaarsgrondwaterstanden zijn hierbij cruciaal.
      2. Interne maatregelen
        Voor het beter functioneren van de lokale grondwatersystemen d.w.z. het verhogen van de opbolling in de dekzandruggen en verlengen van de inundatieduur van de laagten, zijn de volgende maatregelen noodzakelijk:

        1. Verwijderen bosgedeelten voor vermindering verdamping en daardoor verhoging van zowel de zomer- als de wintergrondwaterstanden en voor herstel van een meer aaneengesloten areaal van natte heiden, blauwgraslanden en vengemeenschappen. Na het verwijderen wordt de verzuurde A0 en A1 horizont gefaseerd verwijderd. Het areaal blauwgrasland kan zowel rondom het Kleine Turfgat maar ook rondom het Grote Rietgat worden uitgebreid.
        2. Het dempen van alle sloten en greppels in het gebied. Deze zullen waar mogelijk worden gedempt met de toentertijd bij het graven vrijgekomen grond.
        3. Het op dezelfde manier vereffenen van diverse rabatstelsels rondom het Grote Rietgat en Kleine Turfgat voor herstel natte slenken met blauwgraslanden en vengemeenschappen.
        4. Dempen van diverse recentelijk gegraven poelen met gebiedseigen materiaal en met herstel van slecht de doorlatende lagen om functioneren van schijngrondwatersysteem te herstellen.
      3. Externe maatregelen
        Deze maatregelen zijn gericht op het vroeger en langer in het natte seizoen optreden van hoge grondwaterstanden. De duur dat basenrijker grondwater de wortelzone van de vegetatie kan bereiken wordt hiermee verlengd (behoud en herstel blauwgraslanden, heischrale graslanden, jeneverbesstruwelen, en zwak gebufferde wateren) en de wegzijging naar de omgeving verminderd( behoud en herstel natte heiden). De volgende maatregelen zijn noodzakelijk:

        1. Een nog zorgvuldiger peilbeheer dan nu al gebeurt. Het vroeger in het seizoen instellen van de zomerpeilen d.w.z. wanneer de gebieden en sloten nog een behoorlijke watervoorraad hebben, vertraagd het heel snel uitzakken van de waterstanden. Daarmee kunnen langer hoge grondwaterstanden worden gehandhaafd in het Boetelerveld.
        2. Het aanwijzen van gronden aan de zuid-, oost- en noordzijde ten behoeve van hydrologisch herstel. Het gaat om gronden aan de zuidzijde die tot de EHS behoren, aan de noord- en oostzijde om gronden die hydrologisch een samenhangend geheel vormen met het oostelijk deel van het Boetelerveld.
        3. De genoemde gronden onder 2. moeten als hydrologische buffer worden ingericht en door het dempen van alle sloten en greppels die de sloten en greppels moeten waarborgen, en het herstel van laagten die nu opgevuld zijn waardoor langer water wordt vastgehouden en geborgen. Ook zijn inrichtings- en beheersmaatregelen noodzakelijk die voorkomen dat door meststoffen beïnvloed grond- en oppervlaktewater het Natura 2000 gebied instroomt. Om deze hydrologische buffer te realiseren is verwerving voor EHS een mogelijkheid. Een andere mogelijkheid is het afsluiten van overeenkomsten voor blauwe diensten met de huidige grondeigenaren.

Met deze combinatie van in- en externe maatregelen worden in het Boetelerveld over een langere periode dan nu hoge grondwaterstanden gerealiseerd. Ook ontstaan vroeger in het seizoen opbollingen in de dekzandruggen en vormen zich in de laagten sneller plassen. Van dit gecombineerde effect profiteert niet alleen de vochtige heide, maar evenzeer de blauwgraslanden en de zwakgebufferde wateren. Tevens worden met deze combinatie van maatregelen schijnspiegelsystemen hersteld waardoor weer meer lokale systemen met lateraal afstromend grondwater worden geactiveerd waarvan gagelstruwelen en veenmosrijke natte heide zullen profiteren.

Bijlagen

  1. Verbeterde versie Boetelerveld terreinbeschrijving